In mei schreef ik over onze nieuwe auto. Ik formuleerde er meteen een doel bij: ‘Het mooi zijn als we ons gemiddelde aantal kilometers om te beginnen terug zouden kunnen brengen naar 1000 per maand, in plaats van 1700.’

We zijn nu negen maanden verder en we reden er 10.119 km mee. Goed, dan zitten we dus nog iets over die 1000 km per maand heen, maar het is al een hele verbetering vergeleken met ons gemiddelde in de jaren ervoor. En dat, terwijl ik mijn vaste baan heb opgegeven en dus veel meer tijd heb om lekker met de auto weg te gaan: dagjes naar familie, naar vrienden… maar nee, zulke dagen waren er bijna niet, de afgelopen maanden! Als ik ging, ging ik met het OV. Met dank aan mijn milieubewuste dochter, die het heerlijk vond om met het OV te reizen en in de draagdoek tegen mij aan lekker in slaap viel, maar niet in de auto sliep.

Ik krijg vaak verbaasde reacties als ik vertel dat mijn baby niet sliep in de auto. Toch was het echt zo: ze huilde zodra ze de auto zelfs maar zag, of in ieder geval wanneer ze in dat nare stoeltje in zo’n onmogelijke houding werd gezet. Misschien heeft ze iets van mijn wagenziekte? Toen ik hoogzwanger was, reed ik ook al niet meer met haar, omdat ik bont en blauw geschopt werd zodra de motor van de auto startte. Alsnog autorijden na de geboorte was niet alleen erg zielig, maar ook erg gevaarlijk, omdat mijn stress-niveau met huilende baby achterin te hoog was. En voorin kon ze niet, want daar kan de airbag helaas niet uit.

En dus maakte ik de afgelopen negen maanden minder kilometers dan ooit! Ik wilde alleen nog weg met de auto als mijn man reed, zodat ik achterin naast mijn dochter kon zitten. Dus alle andere uitjes deed ik met het OV. Baby in de draagdoek, rugtas mee als luiertas en vervolgens heerlijk relaxt reizen. Zo ging ik zelfs naar de buluitreiking van mijn broertje. Soms bleven we ergens een nachtje slapen, dan kon ik langer blijven en was het wat meer de moeite. Voor korte afstanden kozen we voor de fiets. Ik weet dat de meningen verdeeld zijn over fietsen met een baby in de draagdoek, maar tegelijkertijd is er nog een heel verschil tussen fietsen in een drukke stad en fietsen in of net buiten een rustig dorp, dus zo nu en dan durfde ik dat wel aan.

Op dit moment lukt het wel weer om auto te rijden. Ze slaapt thuis overdag nog twee keer, ’s ochtends en ’s middags. Niet op vaste tijden, want het is er helemaal van afhankelijk hoe moe ze is en hoe vroeg of laat ze ’s ochtends wakker werd. Normaal leg ik haar in bed als ze moe is. Maar als ze moe is, ik haar nog een half uur wakker houd en we dan met de auto vertrekken, slaapt ze sinds kort ook. Dus dan vertrek ik in de loop van de ochtend met haar en ga ik eind van de middag weer terug, en het gaat prima voor nu. Ik geniet er echt van, omdat het eerst niet ging. Zo kon ik bijvoorbeeld eindelijk weer naar de vriendin een jaar lang alleen maar naar mij kwam, omdat ik de reis van drie uur met het OV nooit zag zitten.

Toch ben ik heel benieuwd wat dit met onze kilometerstand gaat doen 😉

Vorig jaar blogde ik met gepaste trots over onze mooie babykamer van steigerhout. Vandaag zette ik de betreffende meubels op marktplaats :-) Onze dochter is nu acht maanden en de kamer is niet meer in gebruik. Ze slaapt gewoon bij ons, in een co-sleeper. In het begin was de commode superhandig bij het verschonen. Maar inmiddels verschoon ik onze dochter gewoon beneden. Ik kom alleen nog om de dag in de babykamer om schone kleertjes uit het kledingrekje te pakken, dat is het dan.

Tegelijkertijd zou een werkplek in huis echt fijn zijn. Ik werk zelf één dag in de week vanuit huis en mijn man werkt ook soms thuis. Als programmeur werkt het voor hem niet lekker met een laptopje in een krappe bureaukast en ruimte voor grotere beeldschermen zou ideaal zijn. We dachten al aan het aanbouwen van een kantoortje in de achtertuin.

Maar hoe nodig is dat, als je drie slaapkamers hebt waarvan er maar één als slaapkamer in gebruik is? Van de andere twee is er één dus in gebruik voor de babymeubels en in de ander staan boekenkasten, een logeerbed en de genoemde kleine bureaukast. Het logeerbed is het witte 1-persoonsbed dat ik kocht toen ik op kamers ging wonen, mooi en heel stevig. Dat bewaar ik graag voor mijn dochter, als ze toe is aan een eigen bed.

En daarmee kwam de oplossing opeens in beeld: de babymeubels gaan weg! In die kamer zetten we dan gewoon vast het logeerbed neer. Daarmee komt er ruimte vrij op de andere kamer voor een groot bureau en is het aanbouwen van een kantoortje overbodig. Als onze dochter behoefte heeft aan het slapen op een eigen kamer, staat het 1-persoonsbed daar al voor haar klaar (en mogen logees vanaf die tijd in het kantoortje op een matras op de grond slapen). En als er een nieuwe baby zou komen? Dan vinden we vast wel ergens ruimte voor een nieuwe commode. Tegen de tijd dat een eventuele nieuwe baby de co-sleeper zou zijn ontgroeid, zijn we sowieso minstens een paar jaar verder en zien we wel weer :-)

 

Nu onze dochter vier maanden is, wordt het tijd om eens een update te geven over de wasbare luiers die we voor haar gebruiken! Toen ik nog zwanger was, schreef ik er hier al over. Ik had me goed ingelezen tijdens mijn zwangerschap (want toch tijd genoeg, zeker tijdens mijn verlof) en de praktijk kwam daarmee aardig overeen met mijn verwachtingen.

Hoe werkt een wasbare luier? 

Een wasbare luier doe je om zoals je een wegwerpluier aantrekt. Als de luier vies is, gooi je ‘m alleen niet in de prullenbak, maar in de wasemmer, waar een zak in zit die ook uitgewassen kan worden. Als deze zak vol is, loop je er niet mee naar de container, maar naar de wasmachine. En dan ga je niet naar de winkel voor nieuwe luiers, maar zet je de wasmachine aan, hang je de luiers te drogen als het programma afgelopen is en zijn ze daarna weer klaar voor gebruik.

Tip 1: ik kocht de wasnetten die bij mijn luieremmer hoorden, maar deze zijn in de was gekrompen. Ik houd ze wel, gewoon als waszakjes van hele goede kwaliteit, maar voor de luieremmer zijn ze te klein. In plaats daarvan heb ik nu twee witte onderslopen (kussenhoezen) in gebruik. Als de ene in de was zit, gebruik ik de andere, en andersom. Op beide hoezen heb ik met watervaste stift ‘luierzak’ geschreven.

Tip 2: je hoeft de luiers niet uit de luierzak te halen als je ze in de wasmachine stopt, ze spoelen er vanzelf wel uit. Ik neem mijn emmer altijd mee naar de wasmachine, daar haal ik de zak eruit en die stop ik in één beweging in de machine. Klaar. Ik kies voor een extra spoelprogramma. Dan kan de rest van de witte was er ook gewoon bij.

Tip 3: De luiers die uit de was komen, zijn schoon. Soms zit er nog wel een vlek op. Als de luiers buiten drogen, is zo’n vlek er in no-time uit, zelfs als de zon niet schijnt.

 

Soorten wasbare luiers

Wasbare luiers zijn er echt in alle soorten en maten en in heel veel verschillende prijsklassen. Zelf kocht ik van tevoren de voorgevormde luiers van Noppies. Maar die bevielen helemaal niet (de pasvorm was niet goed voor onze dochter), dus heb ik ze voor ongeveer dezelfde prijs weer doorverkocht op marktplaats. Het systeem dat ik nu het meest gebruik, zijn prefolds en overbroekjes van Bambino mio (ook gecombineerd met overbroekjes van andere merken). Het overbroekje is van pul (ademend polyester) en sluit met klittenband. Daarin leg je dan de luier zelf (de ‘prefold’, die je alleen in drieën hoeft te vouwen en klaar). Bij een plasluier is deze katoenen luier natuurlijk nat en kan deze zo de wasemmer in. Door het overbroekje blijft de romper droog. Het overbroekje wordt van een plasluier niet vies en kun je dus meerdere keren gebruiken voor hij in de was gaat. Bij de dunne ontlasting van borstvoeding worden de overbroekjes wel vaak vies. Dan gaan ze met de luier de wasemmer in en pak ik een nieuw overbroekje met een nieuwe luier. Ik heb dertig prefolds en tien overbroekjes in gebruik. Ik was meestal maar twee keer in de week en in de tijd dat ze te drogen hangen, heb je natuurlijk ook luiers  nodig. Dus vandaar dat ik het handig vind om er veel te hebben. Wie vaker wast of een droger gebruikt (of een baby heeft die de ontlasting een week opspaart, zoals ik iemand op het consultatiebureau hoorde vertellen) heeft aan minder ook genoeg.

Naast het systeem van de overbroekjes met prefolds heb ik ook pocketluiers. Hetzelfde idee eigenlijk, maar dan zit alles aan elkaar vast. Makkelijk voor wanneer onze dochter naar de creche van de kerk gaat (sporadisch hoor, tot nu toe, want het is nog niet zo’n succes) of naar het consultatiebureau zodat de arts ze ook weer dicht kan doen: bij de prefolds met overbroekjes moet je een keer gezien hebben hoe het werkt, maar een pocketluier werkt hetzelfde als een wegwerpluier, alleen met klittenband in plaats van een plakstrip. Ze nemen alleen wel wat minder vocht op. Ik heb zeven pocketluiers, maar omdat ik ze zo weinig gebruik, was drie ook wel genoeg geweest.

En dan heb ik sinds kort nog nachtluiers. Toen onze dochter kleiner was, werd ze ’s nachts vaker wakker en verschoonde ik haar bij de voedingen. Inmiddels wordt ze alleen nog maar even wakker om te drinken en slaapt ze meteen weer verder. Ze vindt het heel erg als ik haar dan ga verschonen, omdat ze daar te wakker door wordt. Dus moet de luier die ik haar ’s avonds aantrek, heel de nacht mee. En dan red je het niet met een overbroekje met een prefold erin. Een tijdje ging het goed als ik er een of twee extra inleggers van bamboe bij deed. Maar sinds ze zelf kan rollen, slaapt ze op haar buik en wordt alleen de voorkant nat. Dan werkt dit ook niet meer. Daarom kocht ik er vijf luiers bij van Flexitots met een extra inlegger, speciaal voor de nacht. Die luier sluit ook met klittenband en daar moet dan vervolgens weer een overbroekje overheen. Het is een wat dikker pakket, maar hiermee blijft ze goed droog. Ze drogen wel wat langzaam, zeker als de was straks niet meer naar buiten kan. Vandaar dat ik er vijf heb gekocht. Als ik dan twee keer per week was, heb ik nog een luier over voor de dag dat de andere te drogen hangen.

Er zijn nog veel meer soorten wasbare luiers, maar dit is wat ik gebruik en wat hier goed bevalt.

Kosten van de luiers

Omdat onze dochter de oudste is, hadden we nog niets aan wasbare luiers in huis en moesten we alles voor het eerst aanschaffen. Hieronder een overzicht, inclusief de verzendkosten.

Voor de hele luierperiode: 

Inleggers bamboe, 12 stuks: 24 euro (tweedehands)

Inleggers Flip Stay Dry, 3 stuks: 11 euro (tweedehands)

Wetbag, 2 stuks: 19,85 euro (nieuw)

Luieremmer: 18,50 euro (nieuw)

Billendoekjes, 40 stuks en een doosje: 20 euro (nieuw)

Nachtluiers verstelbaar in maat, 5 stuks: 40 euro (tweedehands)

Pocketluiers verstelbaar in maat, 7 stuks: 70 euro (tweedehands)

 

Voor de eerste vijf maanden (omdat mijn baby erg hard groeit, gaat dit binnenkort allemaal alweer de zolder op ivm te klein ;-))

Prefolds maat 1, 30 stuks: 48,95 euro (tweedehands)

Overbroekjes <5 kilo, 6 stuks: 23,95 euro (tweedehands)

Overbroekjes 5-7 kilo, 4 stuks: 57,80 euro (nieuw)

Overbroekjes 5-7 kilo, 6 stuks: 17,90 euro (tweedehands)

 

Voor na de eerste vijf maanden (hier komt vast nog meer bij, want zo ver ben ik nog niet):

Prefolds maat 2, 24 stuks: 55 euro (tweedehands)

Overbroekjes > 7 kilo, 10 stuks: 41 euro (tweedehands)

 

Oefenbroekjes, 8 stuks: 8 euro (tweedehands)

 

In totaal gaf ik tot nu toe dus 451,95 euro uit aan luiers en toebehoren die ik echt gebruik (kosten van de wasnetten, die dus niet zo’n succes waren, tel ik hier dan even niet mee, net als de kosten van de luiers die ik wel aanschafte, maar weer doorverkocht). Daarvan 148,60 euro voor de prefolds en de overbroekjes in de kleinste maat, de dingen die aan het eind van deze maand naar zolder gaan omdat ze dan te klein zijn. Ik had gehoopt dat ze deze maat langer zou passen, maar ja, daar doe je niets aan 😉 Ze heeft ze dan 5 maanden gebruikt, wat neerkomt op 30 euro per maand als ik ze hierna nooit meer zou gebruiken en ook niet zou doorverkopen. Nu bewaar ik ze natuurlijk voor een eventuele volgende baby en als die ze ook vijf maanden gebruikt, zit je al op effectief 15 euro per maand per baby. En misschien kunnen ze daarna nog wel vaker gebruikt worden. Pas als ze helemaal versleten zijn of verkocht, kan ik echt de balans opmaken natuurlijk 😉 Tot nu toe zie ik het gewoon als een investering. Als je alles eenmaal in huis hebt, kun je er denk ik jaren mee vooruit, ik kan me niet voorstellen dat ik er bij een evt. volgende baby nog kosten aan zou hebben, want alles ligt zo klaar!

Is een wasbare luier meer werk?

Ik vind van niet. In de vier maanden dat we nu wasbare luiers gebruiken, is het twee keer gebeurd dat er ontlasting naast het overbroekje terechtkwam. Twee keer in vier maanden!! In de twee weken dat ik op vakantie wegwerpluiers gebruikte, gebeurde het gemiddeld twee keer per dag. Toen snapte ik opeens waar de term ‘spuitluier’ vandaan kwam. Met wasbaar heb je dat niet, als het niet in de luier blijft, blijft het wel in het overbroekje. Maar met wegwerp was ik mijn dochter steeds helemaal uit aan het kleden omdat de romper weer vies was en ze een schone aan moest. En zat ik met vieze rompers en leggings… Laat mij maar gewoon luiers wassen 😉

 

Update maart 2017: De pocketluiers werden niet meer gebruikt. Deze verkocht ik weer op marktplaats voor 60 euro. Ik had er zelf 70 euro incl. verzenden voor betaald.

Daar ben ik weer!

Het was maandenlang stil op deze blog. Op 28 mei werd onze dochter geboren en nu is ze dus alweer bijna 4 maanden oud! En mijn leven ziet er heel anders uit dan voor haar geboorte. Inmiddels hebben we wel een beetje een ritme gekregen. En dus ook weer tijd om te bloggen. Zo wil ik binnenkort schrijven over hoe de wasbare luiers ons in de praktijk bevallen. Maar dat komt later. Ik vind het nu leuk om de babykamer te laten zien. Nee, niet de babykamer waar ik eerder een foto van plaatste. Maar de kamer waar ze daadwerkelijk slaapt. En die ook onze kamer is 😉

dsc_1243
Naast mijn kant van het bed staat een ledikantje van IKEA. Dit kochten we nieuw, pas op de terugweg naar huis bedacht ik dat ik helemaal vergeten was om te zoeken naar een tweedehands ledikantje, wat ook best had gekund. Maar goed. Een ledikantje van IKEA dus. Mijn man zette ‘m in elkaar naast ons eigen bed. Het matrasje van het ledikantje moest even hoog uitkomen als dat van ons bed. Daarom boorde hij extra gaatjes om de lattenbodem wat hoger te kunnen bevestigen. De spijlen aan de kant van ons bed liet hij weg en met een ‘hoekje’ schroefde hij het ledikantje aan ons bed vast, bijna onzichtbaar, en zo kan het niet wegschuiven.

dsc_1247

Het matrasje van de co-sleeper heb ik tegen ons matras aangeschoven. Het ligt nu op de plek waar normaal het spijlenkantje zit, dus aan de andere kant is een stuk over. Die kant heb ik opgevuld met een twee grote, opgerolde handdoek (de handdoeken eerst op elkaar gelegd en toen opgerold, zodat ik één dikke rol kreeg). Daar zie je zo’n beetje niets van: aan de onderste kant ligt het dekentje er overheen en aan de bovenkant staat de beer erop die we als kraamcadeau kregen. Op  de foto zie je ook de naam van onze dochter: mijn vriendin maakte in de kraamweek deze superleuke naamslinger, toevallig ook nog eens in de kleuren van het dekbed :-)

dsc_1246

Het is erg heerlijk dat onze dochter zo naast mij slaapt. In eerste instantie hadden we bedacht dat ze in de familiewieg zou slapen waar mijn moeder en ik ook in hebben gelegen. Ik vind het een erg mooie wieg, maar mijn dochter sliep er niet graag in, terwijl ze wel goed sliep als ze bij ons in bed lag. Dus is hij nauwelijks in gebruik geweest. Deze co-sleeper (of: aanschuifbedje) is een heerlijke oplossing, zowel voor haar (ze slaapt veel rustiger) als voor ons.

Ik wilde graag borstvoeding geven en na een moeizame start is het gelukkig goed gekomen. Nu ze naast ons ligt, kan ik haar erg makkelijk liggend in bed voeden. Ik zorg dat ik haar voor we gaan slapen, aan allebei de kanten voed, zodat ik ’s nachts altijd als eerste de kant kan geven waar ze ligt. Komt ze een tweede keer, verplaats ik haar dan naar het midden van het bed en drinkt ze aan die kant. Daarna schuif ik haar omhoog, tussen onze kussens in, en slaapt ze daar verder. En nee, ik ben niet bang dat we op haar gaan liggen: normaal rollen we in onze slaap ook nooit tussen de kussens in… Ook leg ik haar op het dekbed (al tijdens het voeden) zodat ze niet onder het dekbed komt.

dsc_1244

Zoals de foto’s laten zien, maak ik ons bed zo op, dat mijn man het grootste stuk dekbed heeft. Daardoor kan het niet gebeuren dat er aan de kant van de co-sleeper een stuk dekbed uitsteekt dat dan over onze dochter heen komt. Zelf ga ik dan, zolang onze dochter nog in de co-sleeper ligt, een beetje meer naar het midden van het bed slapen :-)

Een nadeel van de co-sleeper is dat ik nu geen nachtkastje meer heb. Gelukkig hebben we wel een brede rand op ons bed en nu heb ik daar een mandje op gezet met alles wat ik handig vind om bij de hand te hebben (Dopper, wasbare zoogcompressen, oplader mobiele telefoon bijvoorbeeld). Verder ligt er op de rand van het bed een klein stekkerdoosje waar een nachtlampje in zit. Dit geeft precies genoeg licht om bij te voeden, de grote lamp hoeft ’s nachts niet aan. Ik ben er heel snel aan gewend dat dit lampje nu ’s nachts altijd brandt. Afgelopen zomer ging hij ook mee op vakantie, omdat ik het zonder lampje nu niet alleen heel onhandig vind, maar ook niet leuk: ik vind het heerlijk om naar onze slapende dochter naast mij te kunnen kijken :-)

Het is toch raar hoe zo’n zwangerschap je beïnvloedt op allerlei terreinen. De eerste twintig weken heb ik bijvoorbeeld veel overgegeven. Voor die tijd at ik heel bewust, maar op advies van de verloskundige ben ik in die tijd ook andere dingen gaan eten waar ik trek in had, in de hoop dat die misschien binnen zouden blijven. Meestal was dat ijdele hoop, maar toch. Opeens kwamen er weer crackers en ontbijtkoek in huis – vol suiker, in een plastic verpakking. Ik at liever bolletjes dan zelfgebakken brood. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Behalve misselijk was ik ook moe. Geen energie om allerlei winkels af te gaan of zelf groenten te snijden voor het eten. Dat resulteerde in een week lang kant-en-klaar-eten uit de supermarkt kopen. Geen groot succes. Toen toch maar weer zelf koken, maar dan met voorgesneden groenten uit een plastic zak. En zo schoof ik in een paar maanden tijd alles wat ik belangrijk vond bij het boodschappen doen aan de kant. Het ging even niet anders.

Maar nu wil ik weer terug naar gezond en bewust. Naar basisingrediënten, eerlijk eten, uit het seizoen en zonder overbodige verpakkingen. Niet meer elke twee weken de zak voor plastic afval aan de weg hoeven zetten, daar kijk ik erg naar uit! Na de kraamtijd (die overigens nog steeds op zich laat wachten) wil ik weer terug naar gezond, wil ik weer terug naar normaal. Het is wel zoeken: hoe deed ik dat altijd? En hoe ga ik het doen, alle verpakkingsloze adresjes langs met een kleine baby erbij, die nog niet mee kan op de fiets? Tegelijkertijd hoef ik heel de zomer niet te werken, dus wat dat betreft moeten er mogelijkheden genoeg zijn. Het eerste wat ik weer ga invoeren, zal het weekmenu zijn. Nu ga ik nog vaak meerdere keren per week naar de winkel en kom ik vaker in de verleiding om extra dingen mee te nemen. Terug naar het weekmenu dus. Een weekmenu met de volgende voorwaarden:

  • minimaal 1x vis, 1x vegetarisch, 1x koolhydraatarm
  • maximaal 1x varkensvlees
  • minimaal 6x per week 200-250 gram groenten p.p.

Daarnaast is het de bedoeling om ook weer uit te komen met een vast boodschappenbudget, daar kwam het de afgelopen maanden namelijk ook helemaal niet meer van. Ik geloof dat het budget 200 euro was (voor 2 volwassenen)… maar om te beginnen zal ik het eerst maar eens met 250 euro gaan proberen :-)

In 2013 kochten we een auto. Nou ja, we – we hadden verkering en mijn vriend kocht een auto. Zonder enig verstand van auto’s gingen we voor de goedkoopste auto met airco, cruise control en lpg die er in de betreffende week op marktplaats te vinden was. De aanschaf was 2500 euro en tja, in dezelfde maand betaalden we vervolgens meteen 1600 euro aan onderhoud vanwege diverse gebreken. Maar goed, toen hadden we wel een fijn autootje waarbij het tanken in ieder geval niet duur was :-)

In een Excel-sheet heeft mijn man alle kosten bijgehouden. Het is erg leuk en tegelijk confronterend om alles op een rijtje te zien – inclusief wegenbelasting, verzekering, pechhulp, brandstofkosten e.d. Vooral aan onderhoud betaalden we veel. In drie jaar tijd zijn we nu 78.995 km en 18.010 euro (!) verder. Gemiddeld betaalden we 23 cent per kilometer en kostte de auto ons 503 euro per maand.

Eind deze maand zat de APK er weer aan te komen. Tegelijk bleek dat de auto volgens onze garageman niet meer dan 100 euro op zou leveren als we hem nu zouden verkopen. Eén ding was ons wel duidelijk: de auto moest maar weg. Vorig jaar waren we na de APK ook weer 1500 euro kwijt aan onderhoud en om nu te blijven investeren in een auto die niets meer waard is…

De meest duurzame en milieuvriendelijke optie is natuurlijk om helemaal geen eigen auto te hebben. Het is ook de optie die prijstechnisch het meest aantrekkelijk is. Tegelijkertijd is die optie niet erg realistisch. De laatste anderhalf jaar reden we gemiddeld zo’n 1700 kilometer per maand. Naar mijn ouders is een enkele reis bijvoorbeeld 80 km met de auto. Het OV is opzich een prima alternatief, maar dan doe je wel 2,5 uur over een enkele reis en kun je na 19.00 uur niet meer terug – zo matig zijn de verbindingen. We zitten hier niet echt bij een station in de buurt. Vooral daardoor zou afhankelijk zijn van het OV echt een beperking zijn. Voor het werk van mijn man zou het overigens geen probleem zijn, hij fietst meestal en heeft ook nog een motor. Maar vooral wat betreft sociale contacten zouden we veel missen zonder auto. We wonen door het werk dan ook een eind bij familie en veel vrienden vandaan. Zelf spreek ik één keer in de maand een avondje af met de vriendinnengroep, om beurten bij iemand thuis. Zonder auto zou dat niet gaan. Dat geldt ook voor alle verjaardagen ’s avonds en dat zou echt heel jammer zijn. Wat natuurlijk wel zou kunnen, is de auto weg doen, het OV nemen wanneer het kan en op andere momenten een auto van Greenwheels oid gebruiken. Maar van zulk soort opties hebben ze in ons dorp nog nooit gehoord, denk ik.

Dus dan toch maar wel weer een auto. Een elektrische zou mooi zijn natuurlijk. Maar dat zit er qua aanschafkosten voor ons nog niet in. Dus dan maar een andere tweedehandse, waar we hopelijk net zolang mee kunnen doen tot elektrische auto’s wel betaalbaar zijn! Deze keer netjes bij een garage vandaan. Het idee is overigens nog steeds om te proberen om ‘m zo min mogelijk te gebruiken. Ik zag net namelijk dat de CO2-uitstoot van onze oude auto 192 g/km was. En met onze hoeveelheid kilometers komt dat neer op 15.167 kg CO2, die door ons autogebruik de afgelopen drie jaar het milieu in is gekomen… :( Wat dat betreft is de nieuwe auto al wel een verbetering: daar is de CO2-uitstoot ‘maar’ 89 gram per kilometer. Dat scheelt meer dan de helft. Toch zou het mooi zijn als we ons gemiddelde aantal kilometers om te beginnen terug zouden kunnen brengen naar 1000 per maand, in plaats van 1700. Heel de zomer heb ik nog zwangerschapsverlof, dus dan zou het zeker moeten lukken!

Duurzaam is ook: investeren in kwaliteit, zodat je lang met je spullen kunt doen. Tuurlijk, er bestaan vast verhalen over spullen van de Action die bijna niets kostten en toch al jaren meegaan. Die ervaring heb ik met sommige spullen zelf ook wel, de flexibele wasmanden die ik daar jaren geleden haalde voor 3,50 per stuk gaan al jaren mee.

Maar goed, vaak geldt toch wel dat goedkoop duurkoop is omdat je alles steeds weer moet vervangen. Zo stelde ik de aanschaf van een inklapbare stormparaplu jaren uit omdat ik de kosten te hoog vond. Wel versleet ik in de tussentijd vier parapluutjes van vijf euro per stuk…  Toen kwam de stormparaplu er gelukkig toch, via een spaaractie. Ik voel me er gewoon rijk mee, dat ik nu eindelijk zo’n goede paraplu heb die waarschijnlijk niet snel kapot gaat. En vind het leuk als het regent en ik hem kan gebruiken :-)

Zo zijn er nog een hoop spullen die al jaren meegaan en waar ik echt blij van word. Met stip op 1 staat mijn Dopper, waar ik vorig jaar ook al een keer over schreef. Hij gaat nog steeds mee! Maar bij het exemplaar van mijn man, dat hij even lang heeft en even vaak gebruikt, kwam er een barst in het middelste (witte) gedeelte, waardoor hij hem niet meer kon gebruiken. Maar wat nu zo leuk is: alle onderdelen kun je los bestellen. Dus had hij voor 2,50 weer een bruikbare Dopper en hoefde de onderdelen waar niets mee aan de hand was, niet weggegooid te worden.

Heel veel spullen hier in huis zijn van de kringloop. Ideaal daarbij is dat zij hun kwaliteit al bewezen hebben. Ik kan echt blij worden van bijvoorbeeld textiel dat er nog prachtig uitziet, niet vervormd is, terwijl ik toch aan het waslabel zie dat het al vaak gewassen is en dus intensief gebruikt. Dan weet je dat het ook mooi blijft als je het zelf gaat wassen.

Ik weet niet of ik geloof in nesteldrang door hormonen. Wel weet ik dat ik mijn huis op orde wilde hebben voor de komst van de kraamverpleegster. En dat er daardoor weer een lading troep uit ons huis verdween en zelfs het rommellaadje in de keuken werd geordend. Maar ook verving ik sommige spullen van slechtere kwaliteit voor spullen die wel van goede kwaliteit zijn. Zo kocht ik eindelijk een strijkplank die niet wiebelt en die ik op een voor mij fijne hoogte kan zetten, in plaats van dat hij net iets te laag is. Kost heel wat, en voelt als een overbodige en luxe uitgave, want ik had immers al een strijkplank. Maar ik probeer het nu maar als een investering te zien, een kwaliteitsproduct waar ik minstens tien jaar lang (zo lang duurt de garantie) van mag genieten :-)

Duurzamer douchen kan op allerlei manieren. Ik heb er heel wat geprobeerd: korter douchen, kouder douchen, minder vaak douchen. Vooral bij de eerste twee opties lever je in op comfort en als ik eerlijk ben, ben ik daar nog niet zo heel enthousiast over en ook nog niet erg goed in. Maar goed, de bewustwording is er in ieder geval en dat is een goed begin 😉 Verder gaat een handdoek niet na elke afdroogbeurt in de was: wie gedoucht heeft, is schoon en dan kan ik mijn handdoek prima nog een keer gebruiken.

De afgelopen jaren ben ik langzamerhand kritischer geworden op de doucheproducten die ik gebruik. Eerder was dat standaard een shampoo en een conditioner van Andrelon of het huismerk van Etos, gecombineerd met een willekeurige douchegel: degene die in de aanbieding was als mijn voorraad op begon te raken. Vooral van de shampoo was ik grootverbruiker. Ik waste er mijn haar om de dag mee en gebruikte hierbij flinke hoeveelheden: mijn haar is lang en dik en ik had het idee dat het anders niet goed ‘pakte’. Ik deed het echt om de dag, en dat was nodig: dan was mijn haar weer vet. Op die manier heb ik liters, liters, liters door het afvalputje gespoeld en nog veel meer plastic flessen weggegooid.

Mijn man wast zijn haar soms met antiroosshampoo, maar meestal gewoon alleen met water. Ik was enorm verbaasd toen ik erachter kwam dat hij langer dan een halfjaar met een shampoofles doet. Ik vroeg me af of ik dat ook zou kunnen, vooral toen ik las over de schadelijke stoffen (zowel voor huid/haar als voor het milieu) die in veel shampoos zitten en overstapte op shampoo van de natuurwinkel, gemaakt van natuurlijke ingrediënten. Beviel prima, maar daar betaal je wel voor: om precies te zijn 10 euro per fles. En daar was ik dan weer niet zo enthousiast over…

Het internet staat vol met ervaringsverhalen van mensen die hun haar alleen met water wassen of soms met baking soda. Geen shampoo meer nodig. Dat wilde ik ook wel, maar ik had het idee dat het geen succes zou worden met mijn haar, dat anderhalve dag na het wassen alweer vet was. Maar maanden geleden heb ik het toch geprobeerd, ben ik begonnen. Stapje voor stapje. Het douchen een dag uitstellen en dus mijn haren een dag later wassen. Geen succes. Wassen met baking soda: ja, dat bleek te werken! Op internet vond ik ook verhalen van mensen die hier op de lange termijn spijt van kregen. Dus dit was niet wat ik altijd wilde.

Toch ging er toen een lampje branden. Mijn haar moet blijkbaar om de dag gewassen worden, anders loop ik met vet haar rond. Maar het maakt niet uit waarmee. Of ik dure kappersshampoo kies, Andrelon, het huismerk van Etos, Euroshopper (zoals in mijn studententijd), shampoo van de natuurwinkel of baking soda: ik moet het om de dag wassen. Zou ik het ook alleen met water kunnen wassen, zou dat ook werken? De moeite waard om te proberen. En ja, dit is wat blijkbaar werkt voor mij! Een douchekop met een harde straal, zodat al mijn haar goed nat wordt. En dan zeker wel een aantal minuten lang heel bewust goed wassen en spoelen. Dat geeft hetzelfde resultaat als wassen met veel shampoo en daar verbaas ik me enorm over. Ik vind het echt niet te geloven dat dit werkt, met mijn haar! Dit had ik zeker nooit verwacht. Ik dacht dat het bij elk haartype zou kunnen werken, maar niet bij het mijne. Het tegendeel blijkt! En ik ben er heel blij mee. Tegelijkertijd was ik mijn haar eens in de week nog wel met de shampoo uit de natuurwinkel. Dan zorg ik dat het eerst goed nat is, dan heb ik minder shampoo nodig om het toch goed te laten pakken. Meestal doe ik dit in het weekend. Ik hoef niet steeds een lege flacon weg te gooien, maar doe nu ook een half jaar met een shampoofles, net als mijn man 😉

De fles conditioner die ik nog had (ook van de natuurwinkel) gebruik ik overigens nog wel af en toe, ook als ik geen shampoo gebruik, omdat ik merk dat mijn haar hier beter doorkambaar van wordt. Dit zijn gelukkig maar zulke kleine beetjes tegelijk dat ik met de fles van 500 ml al zeker een jaar doe :-)

En dan hebben we nog het alternatief voor flessen douchegel. Dat was niet zo moeilijk: gewoon een blok zeep :-) Daarvan had ik er nog een heleboel in huis, Marseillezeep meegenomen van een vakantie in België. Eerst maakte ik vloeibare zeep van de blokken, waarmee ik een lege fles douchegel bijvulde. Die fles staat er nog steeds, handig voor logees bijvoorbeeld. Maar inmiddels kan ik zelf prima omgaan met het blok zeep. Ik merk dat ik daardoor nog minder gebruik, het lijkt wel of ik er eindeloos mee kan doen. De voorraad in de kast is in ieder geval nog lang niet op. Pas daarna ga ik bij het kiezen van een zeep ook letten op de ingrediënten en zou het kunnen dat ik overstap op een ander soort. Maar tegen die tijd zijn we een paar jaar verder, denk ik :-)

Zelf krijg ik erg graag post. Zeker nu ik tijdens mijn zwangerschapsverlof elke dag thuis ben, is het steeds weer een teleurstelling als de diverse postbodes ons huis voorbij fietsen en rijden zonder hier iets te bezorgen. Daarom probeer ik er ook aan te denken om anderen post te sturen als daar een aanleiding voor is.

In mijn geval stuur ik vooral kaartjes met verjaardagen, geboortes en ziektes. De kaarten kocht ik jaarlijks groot in op een markt. Het betrof altijd een dubbele kaart waar je een gratis envelop bij kreeg, en dat werd dan handig bij elkaar gehouden door…  een plastic folietje. En daar heb ik jarenlang helemaal geen erg in gehad. Pas toen ik ging letten op de afvalberg die ik produceerde, actief afval ging scheiden en plastic verpakkingsmateriaal wilde mijden, realiseerde ik me hoe onnodig het is dat al die nog niet verstuurde kaarten verpakt zitten in plastic folie. Ik had nog een hele stapel liggen, waar ik er zojuist weer drie van verstuurd heb, maar inmiddels koop ik deze kaarten niet meer.

In eerste instantie leek zelf kaarten maken mij de beste optie. Ik heb een vriendin die hier erg goed in is en wellicht zou ik wat van haar kunnen leren. Maar zover ben ik nog niet en inmiddels ontdekte ik een nog veel simpeler alternatief: de enkele kaart! Het idee van een ansichtkaart dus, waarbij de voorkant er leuk uitziet en je op de ene helft van de achterkant het adres schrijft en de postzegel plakt en op de andere helft een persoonlijk bericht schrijft.

Wat voordelen:

  • Zelf hoef ik, wanneer ik een kaart verstuur, geen plastic folie weg te gooien
  • De ontvanger hoeft geen envelop weg te gooien
  • De kaart zelf bestaat ook uit slechts de helft van het papier van een dubbele kaart
  • Soms is het lastig om een tekst te bedenken voor op een kaart. Met een enkele kaart ben je hiermee veel sneller klaar!

Een nadeel kan zijn dat de postbode en de huisgenoten van degenen voor wie de kaart bestemd is, ook kunnen lezen wat je schrijft. In de meeste gevallen maakt dat natuurlijk niet uit. Is het een keer toch een wat minder fijn idee, kun je de enkele kaart natuurlijk alsnog in een envelop stoppen. Maar dan een envelop uit een grootverpakking, waarbij er om 100 enveloppen maar één plastic folietje zit! :-)

 

Een grote ergernis: sinds onze verhuizing van het platteland (waar geen reclamefolders bezorgd werden) naar het dorp, kon ik steeds weer heen en weer lopen van de brievenbus naar de oudpapierbak met het zoveelste foldertje dat ik op de mat vond. Soms kon ik het niet eens direct weggooien, maar moest ik eerst nog langs de zak voor plastic afval, omdat men het ook nog nodig vond om het stapeltje reclamefolders te sealen.

Tijd voor een nee-nee-sticker! Ik haalde hem tijdens de eerste week van mijn zwangerschapsverlof bij het gemeentehuis. Daarvoor kwam het er telkens niet van, omdat ik dacht dat je er alleen ’s morgens terecht kunt en het gemeentehuis ergens zit waar ik nooit kom, zodat ik er speciaal heen moest fietsen. Maar inmiddels is het dus gelukt! De gratis stickers lagen zelfs in een bakje op de balie bij de ingang, dus ik had er ook al een keer op een ander tijdstip binnen kunnen lopen en de sticker dan ook gewoon kunnen meenemen. Maar goed, nu hebben we hem dus. Inmiddels zit hij er een maand op en dat bevalt prima.

Of ik de folders dan niet mis? Nee, helemaal niet. De enige folder die ik standaard bekeek, was die van Kruidvat. Ik wachtte op de aanbieding 2+2 gratis van Head en Shoulders, de enige shampoo die mijn man soms gebruikt, en waarvoor ik liever de halve prijs betaal dan de volle mep. Maar ik keek wekenlang voor niets en toen de sticker eenmaal op de brievenbus zat en ik er niet meer zo makkelijk naar kon kijken (hoewel je alle folders natuurlijk ook online kunt vinden), kwam ik langs een Etos waar op het raam een grote poster hing dat deze shampoo in de aanbieding was: 1+1 gratis. Met de vorige vier flessen deed mijn man langer dan twee jaar, dus ik heb de aanbieding nu één keer meegenomen en hoef er het komende jaar niet meer op te letten :-)

De rest van de reclamefolders mis ik ook niet. Het grootste gedeelte ging al ongelezen weg en ik merk dat ik heel goed zelf weet welke dingen ik nodig heb en wil kopen en daar geen input uit folders voor nodig heb. Maakt alleen maar hebberig en ik word er onzeker van: iets is nu in de aanbieding, zal ik het dan toch maar kopen voor het geval dat ik het binnenkort ‘nodig heb’ en anders de volle prijs moet betalen? En op die manier koop ik een hoop dat ik anders heus niet zou missen.

Verder kozen we voor de nee-nee-sticker, waarbij we niet alleen de folders blokkeren, maar ook de gratis krantjes, omdat de plaatselijke krant meer gericht is op het buurdorp dan op ons dorp en ik deze nooit lees. We hebben ook al een abonnement op twee (!) landelijke kranten, dus leesvoer genoeg :-)